Zorg

Binnen elke groep bevindt zich een divers gezelschap van kinderen. Divers als we het hebben over verschillen in bijvoorbeeld interesses, werkhouding, motivatie, leervermogen en leerprestaties. Daarbij komt dat elk kind zich op zijn eigen manier ontwikkelt; bij de een gaat de ontwikkeling geleidelijk, bij de ander met sprongen. In het leer- en ontwikkelingsaanbod wordt ingegaan op de hiervoor beschreven verschillen in ontwikkeling. We maken bijvoorbeeld gebruik van leermethodes met veel
differentiatie-mogelijkheden, zodat kinderen met een speciale onderwijsbehoefte extra oefenstof of extra verdiepingsstof op hun niveau kan worden aangeboden. Om inzicht te krijgen op de (leer)ontwikkeling van kinderen maken wij gebruik van verschillende
vormen van signalering en toetsing.

We volgen de ontwikkeling van de kleuters zorgvuldig. Dit gebeurt vooral door goed naar de kinderen te kijken. De observaties verwerken we in het observatiesysteem ‘KIJK’. Het gaat bij kleuters om zaken als auditieve en visuele waarneming, ruimtelijke
oriëntatie, werkhouding, sociaal – emotionele ontwikkeling, taal en denken, rekenen en denken en motoriek. Door de ontwikkeling op deze gebieden te stimuleren, vindt een goede voorbereiding op groep 3 plaats.
Wanneer uw kind het vereiste niveau voor de volgende groep nog niet heeft bereikt, vinden wij het noodzakelijk dat uw kind een verlengde kleuterperiode krijgt.

De overgang naar groep 3 heeft dus minder te maken met de leeftijd, maar meer met de ontwikkeling die het individuele kind heeft
doorgemaakt. De beslissing om een kind een verlengde kleuterperiode te geven of door te laten stromen naar groep 3, wordt in overleg met ouders genomen door de school.

In de groepen 3 t/m 8 worden lees- (technisch en begrijpend), spelling- en rekenvaardigheid regelmatig getoetst. Zo krijgen wij een goed beeld van welke leerlingen zich sneller of trager ontwikkelen om vervolgens daar waar nodig extra zorg aan te bieden.
Het valt onder de verantwoordelijkheid van school welke leerlingen overgaan van de ene groep naar de andere groep.

In overeenstemming met de afspraken zoals die verwoord zijn in het ondersteuningsplan van Zeeluwe, gaan we als volgt te werk:
1. Na signalering en eventueel overleg in de teamvergadering, wordt door de groepsleerkracht (in overleg met de intern begeleider) bekeken op welke wijze in de klassensituatie extra zorg kan worden aangeboden. De zorg wordt omschreven in een
groepshandelingsplan.
2. Overleg tussen leerkracht(en) en intern begeleider vindt regelmatig in de vorm van onder andere leerling- en overgangsbesprekingen plaats. Ook bespreken wij met onder- en bovenbouwleerkrachten twee keer in het jaar de leerlingen met speciale onderwijsbehoeften.
3. Indien nodig – in ieder geval vanaf stap 2 – wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld voor een kind. In het ontwikkelingsperspectief wordt ingeschat welke ontwikkelingsmogelijkheden het kind heeft op langere termijn en welk
eindniveau van het kind verwacht kan worden. Ook staat aangegeven hoe de school, het kind én de ouders daaraan kunnen werken.
Het ontwikkelingsperspectief geeft aan welk onderwijs en welke extra ondersteuning een kind nodig heeft om het te verwachten eindniveau te halen. De school kijkt naar de thuissituatie, doet eventueel aanvullend onderzoek en gebruikt medische gegevens als
dat nodig is. Ouders hebben recht op inzage in het ontwikkelingsperspectief en zetten hun handtekening voor akkoord.
4. Alle zorg wordt geëvalueerd en zo nodig aangepast.

Meer informatie over Zorg in onze school, vindt u in hoofdstuk 4.3 van de schoolgids.