Zorg

In de achterliggende jaren is de leerlingenzorg steeds belangrijker geworden binnen onze scholen. Immers juist leerlingen, die om wat voor reden dan ook in de problemen komen, verdienen onze extra aandacht.
In de notitie “Leerlingenzorg CNS” hebben we hierin een stuk eenheid en uniformiteit aangebracht. In de notitie gaan wij uit van de cirkels van zorg.

De eerste cirkel: de groep
In de groep is het kind dagelijks aanwezig. Daar ligt dan ook het eerste en belangrijkste aangrijpingspunt voor de leerlingenzorg. Dat betekent, dat de leerkracht verantwoordelijk is voor de zorg. De leerkracht moet goede instructie geven en zorg dragen voor goed klassenmanagement, zodat hij / zij binnen de groep de leerlingen, die extra zorg nodig hebben, kan helpen. Daarvoor moet de leerkracht met het leerlingvolgsysteem de leerlingen volgen en zo nodig handelingsplannen opstellen.

De tweede cirkel: de school
Wil de leerkracht zijn zorgen delen, dan kan hij deze bespreken met de Intern Begeleider. Die heeft extra kennis in huis en weet wegen om leerlingen extra hulp te bieden. De IB-er kan ook advies inwinnen bij de SBD. Deze dienst heeft nog meer kennis van zaken.
Bovendien vindt twee keer per jaar een zgn. LOB (Leerlingen Overleg Breed) plaats. Dat is een overleg tussen de IB-er, de leerlingenbegeleider van de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts en de schoolmaatschappelijk werker. Uiteraard worden voor dat overleg de procedures zorgvuldig gevolgd.

De derde cirkel: de vereniging
Binnen CNS komen IB-ers samen in het IB-netwerk. Hier wisselen ze gegevens en ervaringen uit. Ze geven elkaar adviezen en werken samen aan hun kennis van zaken. De leerlingbegeleider van de SBD is hierbij aanwezig.

De vierde cirkel: Samenwerkingsverband….Weer Samen Naar School
Deze cirkel is van zeer groot belang, want als alle hulp niet het gewenste effect heeft, wordt het kind getest door de leerlingbegeleider van de SBD. Hij begeleidt leerkrachten en ouders bij de keuze voor Speciaal Onderwijs.

Zorgteam 4-12 jaar
Naast al deze zorg is sinds september 2005 op gemeentelijk niveau ook het zgn. Zorgteam 4-12 jaar actief. Dit Zorgteam bestaat uit een jeugdverpleegkundige van de GGD, een schoolmaatschappelijk werker, een ambulant begeleider van de Arend, een psycholoog van de SBD, een jeugdhulpverlener van Bureau Jeugdzorg en een taakaccenthouder jeugd van het politieteam. Dit Zorgteam is er voor kinderen uit de gemeente Nunspeet over wie zorg bestaat over opvoeding en/of het leren. Het doel van het Zorgteam is om zo snel mogelijk de beste hulpverlening te bieden door samenwerking en afstemming tussen instellingen. Uiteraard worden ook hier weer de procedures zorgvuldig gevolgd. Als u meer informatie wilt over het Zorgteam, dan kunt u een folder afhalen op de school.

Plusklas
CNS kent sinds het schooljaar 2009-2010 een bovenschoolse “Plusklas”. Deze klas is bedoeld voor kinderen uit groep 4,5,6 en 7 die meer- of hoogbegaafd zijn. In de Plusklas wordt voldoende uitdaging gegeven en komen we tegemoet aan de specifieke leerbehoefte. Na overleg tussen school en ouders meldt de IB-er van een school de leerling aan bij een toelatingscommissie die beoordeelt of de leerling voor plaatsing in aanmerking komt. Als de commissie besluit tot toelating bezoekt het kind gedurende één dagdeel in de week de bovenschoolse plusklas.
Doel van de plusklas is dat de leerlingen in de ontmoeting met ontwikkelingsgelijken zich aan elkaar kunnen spiegelen, zich verder kunnen ontwikkelen, hun zelfvertrouwen kunnen verbeteren en de natuurlijke drang om te leren (weer) opbouwen.
Ook het onderdeel studievaardigheden en de sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen komt elke week aan bod. Iedere leerling werkt hierbij op zijn eigen niveau en zet zich ook in om met elkaar een ontdekkende, lerende omgeving te vormen. De kinderen werken bovendien met behulp van zelfopgestelde leerdoelen en zijn veel ontdekkend bezig. Op deze manier ontwikkelen we vaardigheden die zij nodig hebben om op een zelfstandige en kritische manier met de leerstof om te gaan en zich optimaal te kunnen ontwikkelen op ieder gebied. Ook op gebieden waar zij nog wat meer moeite mee hebben. Zo kunnen we als school voor ieder kind een lerende en stimulerende omgeving vormen. De leerlingen uit de groepen 4 t/m 7 bezoeken de plusklas op de Bron en de leerlingen uit groep 8 bezoeken de plusklas in de Nuborgh College Veluvine.

Schoolspecifiek
Binnen elke groep bevindt zich een divers gezelschap van kinderen. Divers als we het hebben over verschillen in bijvoorbeeld interesses, werkhouding, motivatie, leervermogen en -prestaties. Daarbij komt dat elk kind zich op zijn eigen manier ontwikkelt; bij de een gaat de ontwikkeling geleidelijk, bij de ander met sprongen. In het leer- en ontwikkelingsaanbod wordt ingegaan op de hierboven beschreven verschillen in ontwikkeling. We maken bijvoorbeeld gebruik van leermethodes met veel differentiatiemogelijkheden, zodat kinderen met een speciale onderwijsbehoefte extra oefenstof of extra verdiepingsstof op hun niveau kan worden aangeboden.
Om zicht te krijgen op de (leer)ontwikkeling van kinderen maken wij gebruik van verschillende vormen van signalering en toetsing.
Gedurende de kleuterperiode worden kinderen op verschillende ontwikkelingsgebieden in de gaten gehouden. Indien een kind enige achterstand vertoont, wordt getracht deze achterstand te verhelpen door het aanbieden van extra zorg. Aan het eind van de kleuterperiode wordt gekeken welke kinderen aan het aanvankelijk onderwijs (groep 3) toe zijn. Kinderen die nog erg jong zijn, of kinderen die in het voorbereidend onderwijs zich nog niet voldoende ontwikkeld hebben, worden verder getoetst. Vervolgens wordt dan bekeken wat in het belang van het kind het beste is om te doen. In de groepen 1 en 2 worden de taal- en rekenvoorwaarden getoetst om in beeld te krijgen wat de kinderen kunnen. In de groepen 3 t/m 8 worden lees(technisch en begrijpend)-, spellings- en rekenvaardigheid regelmatig getoetst. Zo krijgen wij een goed beeld van welke leerlingen zich sneller of trager ontwikkelen om vervolgens daar waar nodig extra zorg aan te bieden.
In overeenstemming met de afspraken zoals die verwoord zijn in het regionale zorgplan gaan we als volgt te werk als blijkt dat een leerling niet goed kan meekomen met het niveau van de huidige groep:
1. Na signalering en eventueel overleg in de teamvergadering, wordt door de groepsleerkracht (in overleg met de intern begeleider) bekeken op welke wijze in de klassensituatie extra zorg kan worden aangeboden.
2. Overleg tussen leerkracht(en) en intern begeleider vindt regelmatig in de vorm van onder andere leerling- en overgangsbesprekingen plaats. Ook bespreken wij met onder- en bovenbouwleerkrachten twee keer in het jaar de leerlingen met speciale onderwijsbehoeften.
3. Indien nodig – in ieder geval vanaf stap 2 – wordt een handelingsplan opgesteld, waarin de extra zorg staat beschreven, die zal worden aangeboden aan het desbetreffende kind. Ouders hebben recht op inzage in dit hulpplan en zetten hun handtekening voor akkoord.
4. Wanneer bovenstaande hulp positief heeft gewerkt, wordt de extra zorg afgebouwd. Ook dan worden ouders weer op de hoogte gesteld. Mocht u als ouder ook problemen signaleren, kunt u contact opnemen met de groepsleerkracht tijdens bijvoorbeeld één van de geplande spreekuren. Bovengenoemde aspecten zorgen ervoor, dat uitvallende en opvallende leerlingen zo vroeg en zo adequaat mogelijk binnen de school worden gesignaleerd, opgevangen en geholpen. (Zie ook 5.4.2. en 5.4.3.)

Dyslexie.
Wanneer uit het leerlingvolgsysteem blijkt dat uw kind ondanks intensieve begeleiding, een grote achterstand heeft bij het lezen en/of spellen (Cito-score E bij lezen, spelling en begrijpend lezen) kan er sprake zijn van DYSLEXIE.

Uit het dossier van de school moet blijken dat het een hardnekkige achterstand is, die ook na een intensieve begeleiding door de school blijft bestaan. Ook mag er geen sprake zijn van andere belemmeringen, zoals gedrags- of leerstoornissen of een psychische stoornis.

Naar aanleiding van eventuele aanvullende lees- en spellingtesten van de intern begeleider, wordt samen met de leerlingbegeleider van Expertisecentrum De Brug bepaald of er een nader onderzoek naar dyslexie plaats zal vinden. Als er een onderzoek plaats vindt kan er een dyslexieverklaring voor uw kind worden afgegeven.

Mocht uw kind de diagnose ERNSTIGE dyslexie krijgen en hij/zij na 1 januari 2000 geboren is, dan is het zelfs mogelijk dat uw zorgverzekeraar een behandeling van uw kind buiten school gaat vergoeden (één keer per week, drie kwartier). Als u voor deze vergoeding van een behandelaar (van Centraal Nederland) in aanmerking wil komen dan moet u deze aan de hand van de dyslexieverklaring zelf bij uw zorgverzekeraar aanvragen.

Voor het slagen van de behandeling is de betrokkenheid en inbreng van zowel school als die van de ouder(s) wel van groot belang en zal van het kind en hun ouder(s) een behoorlijke inspanning vergen. School ontvangt geen vergoeding om bij te dragen in de behandeling. Daarom zullen de begeleidingsactiviteiten op het behandelcentrum en thuis plaatsvinden.
Als uw kind een LICHTE VORM VAN DYSLEXIE blijkt te hebben, zal de school (eventueel in overleg met de schoolbegeleider en het kind) een plan van aanpak opstellen, voor een behandeling van het kind op school zelf. Dit plan zal dan met de ouders besproken worden.

Zie verder hoofdstuk 4 van de schoolgids.